Published 11/28/2020
Geschreven door Leonie Poth

Hoe kan het toch zijn dat er turnsters zijn die na hun turn carrière een nieuw leven opbouwen en andere turnsters nog steeds met de pijn van het verleden leven? Wat maakt het moeilijk om verder te kunnen? Als turnouder van één van de beste (oud-)turnsters van Nederland heb ik een visie.

Afgelopen jaar is er nog meer aan het licht gekomen in de turnwereld wereldwijd. Enkele dappere meiden durven na jaren eindelijk te erkennen welke pijn zij lijden door hun boosheid openbaar te maken. De boosheid naar de trainers of naar het turnsysteem in Nederland. De harde en vernederende praktijken om jonge kinderen naar de top te krijgen waar besturen van verenigingen en bonden kunnen bestaan door de prestaties van deze jonge kinderen. De media, de sportzender en sponsoren die vanuit de schaduw ook aan de touwtjes trekken. Allemaal belangen die met elkaar uitgewisseld worden en waar de kinderen als marionetten onder aan hangen. Geld en status, Ego delen die gevoed willen worden.

Beschermende ouder.

Van 1999 tot 2017 was ik een turnouder. Mijn dochters hebben vanaf hun 8e tot hun 16e en 23e levensjaar een turnleven geleefd. Grotendeels bij de trainer die nu in de schijnwerpers staat. Vaak heb ik tegen andere ouders gezegd; “Doe je kinderen niet op peutergym. Als ze goed blijken te zijn dan is er geen weg meer terug”. Want wat doe je als je kind plezier in de sport beleeft en je als ouder een talent wilt ondersteunen? Wat doe je als je het vele fysieke werk eigenlijk niet verstandig vindt maar je ziet het verdriet van je kind als je hun talent ontneemt? Ik kon ze het niet weigeren. En met de kennis van nu had ik mogelijk ze nog steeds de kans gegeven. Wat mij te doen stond heb ik gedaan; telkens weer balans brengen in wat de turnvloer ze leerde en wat ze in de buitenwereld moesten leren. Ik ben blij dat mijn meiden de Vrije School konden genieten en dat ze bij hun vader-weekenden even geen turnmomenten hadden. Ik was de begeleidende turnouder die braaf de ondersteuning gaf die van mij verwacht werd. Maar wanneer ik voelde dat ze onrecht werd aangedaan of de jonge meiden kregen naar mijn mening te weinig begeleiding hadden, dan vocht ik voor hun welzijn door een mental-coach of een voedingsdeskundige te eisen. Ik vond het belangrijk om mijn meiden meer bewust waren van hun keuzevrijheden. Ik heb wat afgebeld, gemaild en gesproken met de trainers en de Turnbond. Ik was, naar ik vermoed, een ‘pain in the ass’.

Erbij horen.

Natuurlijk zag ik dat er harde praktijken plaatsvonden, ik hoorde de verhalen thuis of van andere ouders. Maar nu pas hoor ik andere verhalen, veel ergere. Het zijn subjectieve belevingen, dat begrijp ik, maar ieders beleving draagt een eigen mate van vreugde of een last, allen voelbaar. De vraag is of de emoties die ontstonden ruimte kregen. Zelf ben ik opgegroeid in een gezin waar emoties niet getoond of erkend werden. Dat neem ik mijn ouders niet kwalijk want ook zij hebben hun eigen trauma’s overleefd. Hun overlevingsmechanisme heb ik geërfd, zo ook mijn kinderen, in mindere mate. We zijn nu eenmaal een ‘product’ van voorgaande generaties laten systemische theorieën zien. Mijn houding als turnouder was ook dát wat ik had meegekregen; je hebt een keuze gemaakt en deze manier van leven hoort erbij. Ik geloofde, net zoals de trainers, dat een bepaalde discipline erbij hoorde. Omdat ik de wereld zelf te hard vond, zei ik regelmatig dat ze ook konden stoppen met turnen. En ik probeerde ze weerbaar te maken en hun eigenwaarde te beschermen met al mijn goede raad terwijl zij hun keuze bleven volhouden. Ik vraag me af of mijn ‘je mag stoppen’, ‘je bent goed zoals je bent’, wel bij ze binnenkwam.

Ik heb het vaak pijnlijk gevonden dat turnouders niet gezien of gehoord werden. Toen niet, maar ook nu ook niet. De turnouder staat aan de basis van het verhaal maar werd door trainers en de bond benaderd vanuit een oud regime. Met een gevoel van machteloosheid. Vele ouders voelden zich niet gehoord en gezien, soms wilden ze echter ook te veel gezien en gehoord voelen. Een dilemma voor de trainers en de turnbond want zij hadden een andere focus dan de ouders. Hoe dan ook, iedere deelnemer in de turnwereld was een belangrijke schakel maar niet elke schakel werd erkend.

Was er een keuze?

De keuze.. Was het topturnen wel een keuze? Een vraag die ik me vaak gesteld heb. Zo jong al opgroeien met het krijgen van aandacht, erbij horen, niet anders weten dat je alleen iets bereikt als je hard voor jezelf bent en gedisciplineerd blijft. Welke keuze heb je dan? Als turnouder heb ik regelmatig gezocht welke rol ik hierin kon spelen. Tegelijkertijd voelde ik dat mijn rol niet meer mocht zijn dan chauffeur en sponsor binnen het topturnen. Als ik ze maar vervoerde en de kosten betaalde. Zo voelde het. Meestal moesten we als ouders erbuiten blijven staan, letterlijk en figuurlijk. De ramen werden zelfs afgeplakt. Ik kon dat enigszins begrijpen om de meiden niet af te leiden tijdens hun gevaarlijke sprongen. Het is een blessuregevoelige sport dus je wilt de trainers vertrouwen. Ik dacht vaak dat ik een stoorzender was door een tegengeluid te maken of mijn mening te geven. Bracht ik dan mijn meiden in een loyaliteitsconflict? Iets wat ik door mijn scheiding met hun vader ook probeerde te vermijden. Ik wilde ze niet moeten laten kiezen tussen hun wens en mijn zorgen. Welke keuze had ik als ouder kunnen maken? Ik kon het sowieso niet goed doen.

Schaamte en schuld.

Met regelmaat heb ik me schuldig gevoeld over mijn aandeel in hun keuze. Gedachtes als; was hun volhouden met turnen een vlucht van mijn echtscheiding? Was mijn trotse houding na een nieuwe medaille de erkenning die zij van mij wilden? Had mijn opmerking dat wanneer je ergens voor kiest dat je er vol voor moest gaan grote impact? Was er ook maar iets in mijn overtuigingen wat iets pijnlijks had veroorzaakt? Had ik gewoon strenger voor ze moeten zijn door ze van turnen af te halen? Was er iets in mij dat wilde meeliften op het succes van mijn meiden? Was ik er wel voldoende voor ze om hun emoties bij te kunnen luchten? Op alles kan ik wel een Ja geven. Mijn schaamte en schuld zijn nu verdwenen door mijn eigen vergevingsprocessen, maar toen nog niet. De pijnlijke angsten waren onbewust aanwezig en dat zal in mijn houding merkbaar geweest zijn. Je kan je dan afvragen welke rol ik als turnouder heb gehad in dit complexe systeem. Meer dan je denkt.

Niet kunnen rouwen.

En hoe zit het dan met verliezen? Zoals ik het zie; Het turnleven is voorbij en met alle boosheid, verdriet, schuld en schaamte wordt het snel daarna opgeborgen vanuit de gedisciplineerde mentaliteit die men gewend was. De turnbond en trainers die ineens uit een leven verdwenen zijn, waar turnsters jarenlang in geïnvesteerd hebben. Vervangen door nieuwe talenten en investeerders. Jarenlang verbonden met de identiteit van de talentvolle turnster; gewend aan de aandacht en roem en een gestructureerd leven door de planning van de trainingen en wedstrijden. Dan volgen mijn vragen; hoe kom je dan weer terug in de gewone wereld? Hoe ga je om met het verlies van je status, zonder de aandacht, het ‘gewoon’ moeten zijn? Hoe vang je dit op als ouder? Hoe richt je als ouder een leven in zonder die structuur of hoe ga je om met een kind vol emoties, eetproblemen, minderwaardigheid enzovoorts? Niemand die mij dit leerde. En wat als je als ouder ook een eigen systeem met leegtes hebt die door het turnsucces van het kind gevuld werden? Ook een turnouder is kind geweest. Alle denkprocessen en overlevingsmechanismen zorgen ervoor dat er vaak niet gerouwd wordt. Rouwen om de verliezen van dromen en werkelijkheid. We leren alleen te rouwen wanneer iemand gestorven is.

Een hangmobiel in onbalans.

Vele verhalen, systemen, gedeeld door unieke personen die elk een schakel zijn in een (turn)systeem wat zich staande wil houden. Een systeem wat op oude principes blijft bestaan en nu door het opschudden van het oude systeem kansen lijkt te krijgen om een nieuw systeem te bouwen. Dat kan alleen wanneer elke schakel, elk niveau, een gelijkwaardige positie krijgt. Wanneer elk individu zijn of haar verantwoordelijkheid krijgt of neemt in deze turn- samenleving, dan is er de ruimte om te rouwen, om het verlies te erkennen, om te accepteren en om nieuwe keuzes te kunnen maken. Vanuit de systeemtheorie is het van belang dat elk element in een hangmobiel de juiste plek krijgt en geen enkele ontbreekt wil een hangmobiel recht hangen. Het rouwen is mogelijk door het gezien en gehoord worden door alle partijen. Waarin de medemenselijkheid gezien wordt. Een schuldige aanwijzen is hetzelfde als iemand afwijzen. Deze verdwijnt dan vanuit schaamte, schuld of verbanning. Het hangmobiel gaat scheef hangen en andere elementen moeten harder werken om het systeem in balans te houden.

Medemenselijkheid.

Mijn wens is dat alle partijen in dit verdrietige turnverhaal eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen waarin we elkaar als medemens zien en aanhoren. Er zijn geen schuldigen, alleen deelnemers die van invloed zijn. En elke actie brengt een reactie. Er is weer een actie gaande waarin kansen geboden worden. Worden deze met oude – niet werkzame- reacties opgepakt of worden kansen gepakt? Laten we met een compassievolle blik naar het verleden kijken waarin we met elkaar door vergeving nieuwe keuzes voor de toekomst kunnen maken waarin iedereen het eigen geluk zal vinden. En laten we helpen om de sporters van de toekomst ook mens te mogen zijn.

Ik hou van jullie!