Published 01/14/2020
Geschreven door Leonie Poth

In mijn werk met scheidingsbemiddeling leer ik mensen kennen vanuit hun schaduwkant. Niet hun beste kant zal ik maar zeggen. Ze verkeren in angsten en worden overvallen door emoties, beschadigen hun oude geliefde bewust óf onbewust. Ieder vertelt het eigen verhaal vanuit eigen perceptie en de hele familiehistorie schemert hier doorheen. De oude partner ís schuldig of zij voelen zích zelf schuldig met daarnaast het gevoel óók slachtoffer te zijn. Wanneer mensen geconfronteerd raken met hun angsten, dan schakelen zij vaak over naar de slachtofferrol. Het slachtoffer zijn van een situatie of iemand ander is beter te behapstukken, want niemand wil schuldig zijn aan het verdriet of pijn van een ander. Voor ouders is dit schuldgevoel vaak voor het verdriet van de kinderen, maar ook regelmatig voor het verdriet van de oude partner. Al gelooft de afgewezen partner dit niet, de ‘schuldige’ van de scheiding voelt zich ook slachtoffer, omdat deze schuldig bevonden wordt voor (bijvoorbeeld) een gemis van een romantische liefdesgevoel. 

Schuld is een grote misleider bij scheidingen. Ouders in scheiding voelen zich vaak heel schuldig. Schuld en schaamte is de grootste angst waar mensen voor weglopen. Het wordt daarom vaak niet eens (h)erkend. De angst of pijn hierover is zo groot dat het verleggen van deze emoties, een ander verantwoordelijk stellen voor het dragen van deze emoties, automatisch gaat. Een ouder voelt zich schuldig naar de kinderen, de afgewezen partner maakt de ander schuldig en/of voelt zich schuldig dat hij/ zij dit veroorzaakt heeft door bijvoorbeeld een te drukke baan. Zelfs schoonouders willen een schuldige aanwijzen. Want ook zij kunnen schuldgevoel krijgen dat hun kind gaat scheiden en zij iets in de opvoeding niet goed gedaan hebben, óf voelen dat ze tekortgeschoten hebben en nu door loyaliteit iets goed willen maken. En zo wijst iedereen naar de ander. Soms wijst iemand naar zichzelf als schuldige maar meestal om (on)bewust de ander verantwoordelijk (schuldig) te maken om getroost of gezien te worden. De vraag is of deze zich werkelijk zich schuldig voelt.

Instanties en beroepsdeskundigen op het gebied van ouders en scheidingen ‘helpen’ hier soms ook nog een handje in mee. Advocaten die meegaan in de schuldvraag, jeugdzorg die het gevoel van kinderen erkennen en daarmee onbedoeld ouders beschuldigen, mediators die neutraal denken te zijn maar elk scheve mondhoek genoeg zegt en noem maar op. Want elke beroepsdeskundige is ook maar een mens en neemt de eigen geschiedenis mee in de handelwijze. Dit valt niet te onderdrukken. Meestal zijn zij juist door die geschiedenis ‘probleem’ deskundige geworden.

Ik voel met de ouders in scheiding mee. Ik voel ook met de kinderen mee. Ik ben zelf geen kind van gescheiden ouders, maar wel opgegroeid in een gezin met een zelf beschermend systeem waar veel emoties niet gezien konden worden en verbinding met name praktisch geregeld werd. Ik ben ook een gescheiden ouder, meermalen zelfs. Ik heb me op vele manieren schuldig gevoeld. Vreselijk, wat heb ik pijnlijke keuzes gemaakt. Door schaamte vergezeld. Ik heb mijn schaduwkanten in het licht gezet en gevoeld. Uiteindelijk heeft de schaduwkant van mezelf doen inzien welke keuzes ik kon maken en ben een lange weg gegaan om met schuld en schaamte in het reine te komen. Jarenlange therapieën, retraites, afzonderingen, trainingen, et cetera, tot ik vergeving voor mijzelf vond en tot zelfacceptatie kwam. Ik was ‘schuldig’ en begrijp nu wat er onder verscholen lag.

Mijn leven was/is één lange stage. Dus ik werd ervaringsdeskundige en had een missie. In elke sessie met ouders in scheiding zie ik de verborgen emoties voorbij komen. Verbijtend en achter een harnas van eerder gemaakte besluiten. Ik kan allerlei oordelen bedenken over hun gedrag en het slachtoffergedrag waar zij zich in wentelen. Ooit was ook ík daar. Diep in de schaduwzijde van mezelf. Maar ik zie ook de pijn en machteloosheid hoe scheiden ouders hun schuld en schaamte verbergen. Schaamte voor het falen, voor wat anderen ervan vinden, naar ouders en kinderen toe. De schuld voor de veranderingen en zorgen waarmee zij de kinderen opzadelen met hun machteloosheid.

Ouders in scheiding voelen zich enorm machteloos en onzeker. Wanneer zij door de omgeving of instanties óók nog eens beschuldigd worden wordt het harnas alleen maar dikker. De pijn van dit schuldgevoel is ondragelijk. Schuld betekent het moeten boeten voor de keuzes die gemaakt zijn. Maar wat houdt die boete dan in? De kinderen die ze afgenomen worden? Dat het inkomen afgenomen wordt waar juist zo hard voor gewerkt is? Het middel waarmee vrijheid in zicht blijft? Het weghalen van de enige plek die altijd een veilige haven was, thuis?

Een sprookje?

Hoe zou het zijn als een beroepsdeskundige de bijzondere gave had om te helpen met een toverstaf waarin alle betrokkenen met één zwaai ont-schuldigd werden? Kun je het voorstellen dat niet de angst maar de liefde en compassie de leiding zouden hebben? Er is dan geen schuld, misschien een geleerde les, zorg voor de ander, zien dat die lerende is. Aandacht voor elkaars verdriet, de primaire emoties zichtbaar in plaats van de als rookgordijn dienende secundaire emoties. Niemand is schuldig. Iedereen is geboren met het verlangen naar liefde en verbinding. We zijn nog steeds niet perfect en we blijven lerende. We straffen kinderen toch ook niet wanneer ze niet slagen of het antwoord hebben. En doen we dit wel, dan maken we ze schuldig. Dan ontwikkeld een kind al vroeg een bescherming om niet schuldig te zijn. De angst hiervoor groeit. En als het kind dan volwassen wordt en zelf kinderen krijgt, is de angst voor schuld zodanig dat verantwoordelijkheid nemen een groot risico betekent. Het cirkeltje is rond.

De angst voor schuld en schaamte mag gezien worden, heeft liefde en aandacht nodig. Niet nog meer zout in de wond. We leven in een wereld waar schuld, de vinger naar anderen wijzen, een bijna vanzelfsprekendheid is geworden. Terwijl de ander de ‘andere-ik’ is. Hoe een mens met angsten en andere emoties omgaan is universeel. Hoe wij vechten, bevriezen, verstijven is universeel. We hebben alleen ándere verhalen. Ontrafel het verhaal en herschrijf het oude verhaal met de toverstaf.

Mijn wens, als potentieel toverstafdrager, is dat de beroepsdeskundigen besluiten ook te gaan toveren. Te beginnen bij zichzelf.           
   
Abracadrabra!